Eventbuzz Premium events
     

Instrumenten voor Innovatie

    (Geen instrumenten)

Cases over Innovatie

Recensies over Innovatie

  • Inzicht in veranderen
    Recensie van Diffusion of innovations, Everett M. Rogers, 2003
    Stijn van den Eshof  [27-7-2004]
  • Het Innovator’s-dilemma
    Clayton M. Christensen: The Innovator’s Dilemma; When New Technologies Cause Great Firms to Fail. Harvard Business School Press, 1997.
    Coert Visser  [1-10-1998]

Beoordeel dit artikel

Slecht
Geweldig

Stuur naar relatie

Onze auteurs

  • D.-J. Abbringh
  • F.B. Akkerma
  • P.L. Altena
  • J. Ankersmit
  • A. Ardon
  • E Auée
  • R. Baas
  • W. Baets
  • T. Bakker
  • P. Bakker
  • T. Bakker en Drs. Chun Tong Chung
  • G. Barends
  • M Batelaan
  • A. Bekman
  • M. Benard
  • J. van den Berg
  • J. van den Berg
  • W. van Bergen
  • A. van Bergen
  • R. Bertels
  • J. Bertrams
  • G.J. Blokdijk
  • M.M.E. de Boer
  • J.P. Boerekamps
  • M. van den Bos
  • R. ten Bos
  • P. Boselie
  • P. Bosscher
  • P. van Brederode
  • P. van den Brink
  • J.W. Brinkman
  • D.J de Bruijn
  • R. de Bruin
  • P. de Bruin
  • B. Bryan
  • J. Bultsma
  • E. van de Bunt
  • S. van de Bunt-Kokhuis
  • Y. Burger
  • J. Burgers
  • C. Busé
  • J. Busscher
  • R. Butter
  • L. de Caluwé
  • L. Cauffman
  • R. Chömpff
  • J. Coleclough
  • RC Corman
  • D. Creelman
  • W.J. D. Dresens
  • W.J. D. Dresens
  • B. Damen
  • H de Bruijn
  • S de Groot
  • D. Dekker
  • B. Dekkers
  • B Derksen MSc MMC
  • P.K. Desiree van Gorp
  • J.J. Dijkstra
  • J. Dikken
  • M. Dingena
  • L Dohmen
  • A. Dolman
  • A. Dolman
  • B. Drenth
  • D. Dresens
  • B van Droffelaar
  • J.M. Drontmann
  • b Drs. JRM de Bruijn
  • H. Ebbers
  • J. Ed Peelen
  • R. van Eijbergen
  • K.G. Eising MMC
  • B. van Emden
  • h en Prof. dr. H. Ebbers
  • S. van den Eshof
  • F. van Essen
  • F. van Essen en Sander Bijlstra
  • R.W. van Est
  • D. Etman
  • J.G. Fokkink
  • B Frank Kwakman en Bart-Jan Metz
  • B Fruytier
  • P. Geelen
  • M. Geerdink
  • M. de Geus
  • M.Q. Goede
  • A. Goedhart
  • A. Goossens
  • D.M. van Gorp
  • J. Groenendijk
  • C. Gwenda Schlundt Bodien
  • D. van der Haar
  • M. t Hart
  • M. Heijnen
  • B. Hendriks
  • F. Hermkens
  • M. Hetebrij
  • K. van den Heuvel
  • T. Hodes
  • L.H. Hoeksema
  • M.H. Hoetmer
  • M. van Holsteijn
  • M. Hoogenboom e.a.
  • M H Hoogendijk
  • M. Hoogwout
  • J. Hoppenbrouwers
  • G. Hosman
  • G. van Houtem
  • T. Huibers
  • M.P.M. Huijben en Arno Geurtsen
  • K. IJkema
  • T. van Iperen
  • A. van Iterson
  • Sybylle Jacobs
  • D. Jacobs
  • E J Jager
  • P.K. Jagersma
  • J. Jansen
  • p Jansen
  • R. Janszen
  • p John van Giels
  • F. de Jonge
  • M. de Jongh
  • C. Juta
  • J. Kampen
  • A.J. Kaptein
  • N Kastelein
  • R. Kaulingfreks
  • P.M. Kempen
  • L. Kerklaan
  • L Kerklaan en Drs Marjan H. Hoogendijk
  • S. de Klerk-Salm
  • M. de Kok
  • D.J. Konter
  • M. Kooper
  • J. Koster
  • j Koster en Etienne Jager
  • R. Krol
  • R. Kuyvenhoven
  • F Kwakman
  • F. Kwakman, John Koster RM en drs Jos Burgers RM
  • E. Lambregts
  • B. Lammers
  • R. Lanen
  • A. Laurent
  • A.L. Lautenbach
  • A. Lawalata
  • B. Le Blanc
  • T. Leenen
  • P.B. Leezenberg
  • H. van der Linden
  • H. van der Loo
  • C. Louis Cauffman
  • P. van der Maesen de Sombreff
  • P. van der Marck
  • J. Martin
  • W. Mastenbroek
  • W F Mastenbroek Jr.
  • J Mathilde de Boer en Ludwig Hoeksema
  • N. Matthijs Maussen en Boudewijn Steur
  • H. van der Meer
  • M.G.M. Meerman
  • B. van Melle
  • E. Metselaar
  • C. Metselaar
  • O.G.M. Moeskops
  • A.J. Mulder
  • A. Muriël Serrurier Schepper
  • P. Nientied
  • A. van Nistelrooij
  • H.J. Nordbeck
  • H. Oei
  • J.H. Oldenkamp
  • R. Oosterbaan
  • J.A. Oosterhaven
  • A. Oosterhoorn
  • H. Oosterhuis
  • M. Oskam
  • S. Oude Luttikhuis
  • E. Ouwejan
  • M.H. Paapst
  • J. Paffen
  • R.J. Pagano
  • E Peelen
  • Koen Perik
  • C. Peter Nientied
  • F. Peters
  • Jaap Peters
  • L. Peters
  • J Petrarca
  • P. Pieterse
  • W. Ploos van Amstel
  • M. Ploos van Amstel
  • P. Plug
  • I. Pol
  • E. Pol
  • E. van de Pol
  • M. Pullens
  • D. Putman Cramer
  • R Puyt
  • D.P. van Raalte
  • M. de la Rambelje
  • J. van Rantwijk
  • J. Reijling
  • E. Reijnders
  • E. Reijnders
  • J. Remmerswaal
  • t Rik Corman
  • A. Roest
  • B. Rolf Sterk en Paul Kloosterboer
  • M.M. van Rooij
  • G. Rost van Tonningen
  • F. Rozemeijer
  • M. Rubinstein
  • L. Ruby Boesjes
  • L. de Ruijter
  • H. Ruts
  • G. Sanders
  • S. Santema
  • J. Schaveling
  • W. Scheepers
  • R. Scheltens
  • G. Schlundt Bodien
  • S. Scholte
  • B. Schoonderwoerd
  • E. Schoonhoven
  • G. Schuiling
  • A Schutte
  • K Schwarz en Koen Eising
  • R. Schweitzer
  • M. Serrurier Schepper
  • A.P. Sierksma
  • M. Simon
  • M. Simon
  • L. van der Sluis
  • N. Smid
  • E. Smit
  • S. Soeters
  • TC Speet
  • F. Spits
  • A. Spruijt
  • A Stecher
  • D. Steeman
  • B. van der Steen
  • B. Steens
  • J. Steginga
  • R. van Stekelenborg
  • J.W. Stel
  • S. Stijn van den Eshof
  • P. Stolze
  • A. Stoppelenburg
  • R. van Stratum
  • H. Strikwerda
  • M. Sturm
  • M. Suijkens
  • P. Suijker
  • J. Swaak
  • J. Swieringa
  • S. ten Have
  • G. Teusink
  • M.J. Thissen
  • K. Tillema
  • A.D.E. Tolman en Martha Meerman
  • S. Toonen
  • R. Tuninga
  • P. Uittenbogaard
  • P. Valens
  • P van den Brink
  • H van Dijk
  • K. van Herwaarden
  • W van Hulst
  • M. van Veen
  • G.J. van t Veen
  • R. van Veenendaal
  • J. te Velde
  • D.J. Venema
  • H. Veraart
  • M Verberkmoes
  • M. Verberkmoes
  • G. Vergouw
  • F. Verhaaren
  • C. Verhoeff
  • T. Verhoeven
  • H. Vermaak
  • F. Verschuur
  • R. Versteeg
  • M. Verweijen
  • C. Verwijs
  • A Vink
  • C. Visser
  • R. Visser
  • C. Visser en Gwenda Schlundt Bodien
  • G.-J. van der Vossen
  • W. Vrakking
  • L. de Vries
  • A. de Waal
  • M.J. Wanrooy
  • A. van Weele
  • M Weggeman
  • K. Westphal
  • E. Widdows
  • L. Wijchers
  • B. van Wijngaarden
  • A. van der Woude
  • C. Zomerdijk
  • C. Zomerdijk en Femke de Jonge
  • C. van der Zwan
  • Het Innovator’s-dilemma

    Clayton M. Christensen: The Innovator’s Dilemma; When New Technologies Cause Great Firms to Fail. Harvard Business School Press, 1997.

    Innovatie , Recensies [ 01-10-1998 ]

    Wanneer topbedrijven plotseling sneuvelen

    Succes kan de kiemen van ondergang in zich herbergen. Dit boek gaat over succesvolle, goed geleide bedrijven, vaak marktleiders, die zorgvuldig letten op wat klanten nodig hebben en die veel investeren in nieuwe technologieën maar die toch plotseling hun marktleiderschap verliezen. Komt het doordat de technici van het bedrijf vastzitten in een oud technologisch paradigma? Komt het doordat men leidt aan het not invented here syndroom? Komt het doordat de organisatie niet beschikt over een voor nieuwe technologie vereiste kennis?

    Komt het doordat de organisatie niet snel genoeg innoveerde? Nee! Er is iets in de manier waarop beslissingen in grote succesvolle bedrijven worden gemaakt dat veroorzaakt dat ze onder bepaalde omstandigheden plotseling hun positie kunnen verliezen. Er zijn omstandigheden waarin het nodig is om NIET naar klanten te luisteren, om te investeren in slecht presterende producten die lage marges beloven en om te mikken op kleine markten. Dit is het geval wanneer ontwrichtende technologie ë n (disruptive technologies) ten tonele verschijnen.

    Ontwrichtende technologieën

    De meeste technologieën verbeteren de prestaties van bestaande producten ten opzichte van de criteria die bestaande klanten daarvoor altijd al hanteren. Deze technologieën noemt Christensen aanhoudende (sustaining) technologieën. Daar tegenover staan ontwrichtende technologieën . Deze creëren een geheel nieuwe waardepropositie. Ze verbeteren de prestaties van producten ten opzichte van nieuwe prestatiecriteria. Producten die voortkomen uit de ontwrichtende technologieën zijn vaak kleiner, goedkoper, eenvoudiger en gemakkelijker in het gebruik . Op het moment van hun introductie kunnen ze echter qua prestaties (nog) niet op tegen de gevestigde traditionele producten en daarom is er nog geen grote markt voor te vinden. Christensen onderzocht diepgaand hoe ontwrichtende technologieën zich hebben ontwikkeld in de computerdisk-industrie, een razendsnel evoluerende industrie. Hij identificeerde op basis van dit onderzoek de volgende zes stappen in het ontstaan van ontwrichtende technologieën:

    De zes stappen in het ontstaan van ontwrichtende technologieën

    1. Ontwrichtende technologieën worden in eerste instantie bedacht in de gevestigde bedrijven. Voorbeeld: Bij Seagate Technology, de grootste producent van 5,25-inch disks, werd in 1985 door ingenieurs de eerste 3,5-inch disk ontworpen.
    2. De marketing afdeling zoekt reacties van belangrijke klanten op de nieuwe technologie. Dan blijkt dat er weinig belangstelling van bestaande klanten bestaat en dat er weinig aan te verdienen valt. Voorbeeld: dit is precies wat gebeurde bij Seagate. De 3,5-inch disks werden op de plank gelegd.
    3. Het gevestigde bedrijf investeert verder in de traditionele technologie. Prestatieverbetering van de gevestigde technologie wordt door bestaande klanten zeer gewaardeerd en er valt dus veel aan te verdienen. Voorbeeld: Seagate investeerde in de 5,25-inch disk technologie. Dit leidde tot aanzienlijke verbetering van de performance van deze technologie en daarmee tot aanzienlijke financiële groei.
    4. Nieuwe bedrijven worden opgericht (door ex-werknemers van gevestigde bedrijven) en markten voor de ontwrichtende technologieën komen via trial en error tot stand. Voorbeeld: ex-Seagate mensen richtten Conner Peripherals op. Dit kleine bedrijf richtte zich op de kleine emerging market voor 3,5-inch disks. Aanvankelijk was dit alleen de laptop markt.
    5. De nieuwe partijen bewegen omhoog in de markt. De prestaties van de nieuwe technologieën worden na verloop van tijd beter, waardoor ze langzaam aan de gevestigde bedrijven met hun traditionele technologieën beginnen te verdringen. Voorbeeld: de prestaties van de 3,5-inch disks verbeterden aanzienlijk. De 3,5 inch-disk bewoog zich naar boven, naar de personal computer-markt. Conner verdreef Seagate uit de PC markt voor 3,5-inch disk drives.
    6. Gevestigde bedrijven proberen hun marktpositie te verdedigen en uit alle macht in de nieuwe markt mee te komen. Vaak blijkt dan dat zij een dermate grote achterstand hebben in de nieuwe technologie dat zij niet snel genoeg mee kunnen. Voorbeeld: Seagate slaagt er niet in een significant deel van de nieuwe markt voor 3,5-inch disk drives voor PCs te veroveren.

    De vier principes van ontwrichtende innovatie

    De hierboven beschreven gebeurtenissen vallen te begrijpen via de door Christensen geformuleerde vier principes van ontwrichtende innovatie:

    1. In goed geleide bedrijven bepalen klanten, niet managers, feitelijk de patronen van resource allocatie. Dit is een propositie van de resources dependence theorie (Pfeffer & Salancik, 1978) die door het onderzoek van Christensen in sterke mate wordt ondersteund. De essentie is dat middelmanagers in bedrijven niet geneigd zullen zijn om te investeren in technologieën die door belangrijke klanten niet direct gewaardeerd worden omdat ze met deze investeringen financieel niet snel zullen kunnen scoren.
    2. Kleine markten voldoen niet aan de groeibehoefte van grote bedrijven. Er zijn verschillende redenen waarom het goed is dat bedrijven groeien. Helaas is het zo dat hoe groter een bedrijf is, hoe moeilijker het is om de groei te continueren. Een klein bedrijf (omzet 40 miljoen) met een groeidoelstelling van 20%, moet 8 mijloen omzet extra zien te creëren. Een groot bedrijf met 4 miljard omzet dat 20% wil groeien moet 800 miljoen extra omzet zien te creëren. Emerging markets zijn doorgaans niet groot genoeg om de groeibehoefte van grote bedrijf te bevredigen. Ze zijn echter wel groot voor kleine bedrijven.
    3. Markten die niet bestaan kunnen niet worden geanalyseerd. De uiteindelijke toepassingen van ontwrichtende technologieën zijn niet op voorhand kenbaar. Mislukking is een intrinsieke stap naar succes.
    4. Technologie-aanbod is niet altijd gelijk aan de marktvraag. De snelheid van technologische vooruitgang is vaak groter dan de snelheid waarmee de klantbehoefte zich ontwikkelt. Door de performanceverbetering van de ontwrichtende technologieën (bijvoorbeeld de 3,5-inch disks, aanvankelijk alleen gebruikt in de kleine laptopmarkt) werden zij geschikt voor een grotere markt (de PC markt).

    Deze stappen verklaren waarom traditionele bedrijven vaak niet in staat zijn om de ontwrichtende technologie toe te passen. Voorbeeld uit de staalindustrie: de Amerikaanse staalbedrijven die gebruik maken van de zogenaamde minimill technologie zijn de meest productieve ter wereld en veroveren een steeds grotere markt. Geen van de grote traditionele staalbedrijven werkt echter nog met deze nieuwe technologie...

    Hoe om te gaan met ontwrichtende technologieën?

    Het heeft volgens Christensen geen zin je te verzetten tegen deze vier principes. Wel kun je ze in je eigen voordeel gebruiken. In een groot bedrijf kun je bijvoorbeeld een eiland in de gevestigde organisatie creëren waar de nieuwe technologie kan worden toepast voor de emerging market. Ook is het mogelijk om een meerderheidsbelang te nemen in een klein bedrijf dat zich afsplitst om zich toe te leggen op de nieuwe technologie. (Dit is door verschillende bedrijven met succes toegepast.) Verder zou je kunnen proberen de ontwikkeling van de emerging markt te stimuleren.

    Wat maakt dit boek zo goed?

    The Innovator's Dilemma is een zeer goed boek. De ideeën zijn empirisch uitstekend onderbouwd en vormen een hecht theoretisch kader. Het boek bevat veel helder beschreven voorbeelden uit de computerdisk industrie, de graafmachines industrie (hydraulische technologie), de staal industrie (de minimill technologie), de printer industrie (de inkjet technologie) etc, etc. Het is logisch gestructureerd en leest gemakkelijk. Alles bijeen geen wonder dat dit boek de Financial Times/Booz Allen & Hamilton Global Business Book Award 1997 heeft gekregen. Een aanrader voor managers, organisatie-adviseurs en bedrijfskundestudenten!

    Literatuur

    Pfeffer, J. & Salancik, G.R. (1978). The external control of organizations: a resource dependence perspective. New York, Harper & Row.

    Coert Visser is zelfstandig adviseur gevestigd te Driebergen, lid van de hoofdredactie van M@n@gement en medeoprichter van het Netwerk voor Oplossingsgericht Adviseren en Managen (NOAM). Meer artikelen van Coert Visser vindt u hier.




    Stuur naar relatie

    Beoordeel dit artikel

    Slecht
    Geweldig

    Reacties op bovenstaande bijdrage

    Totaal aantal reacties: 3

    Uw reactie op deze bijdrage

    Alle reacties die zich houden aan onze Code of conduct
    worden opgenomen.

    • Word lid |
    • Adverteren |
    • RSS

    Login

     
     
     

    Mini Ads