Eventbuzz Premium events
     

Columns over Performance Management

Instrumenten voor Performance Management

Cases over Performance Management

Recensies over Performance Management

Beoordeel dit artikel

Dit onderdeel is alleen te gebruiken als u ingelogged bent.

Stuur naar relatie

Onze auteurs

  • D.-J. Abbringh
  • F.B. Akkerma
  • P.L. Altena
  • J. Ankersmit
  • A. Ardon
  • E Auée
  • R. Baas
  • W. Baets
  • T. Bakker
  • P. Bakker
  • T. Bakker en Drs. Chun Tong Chung
  • G. Barends
  • M Batelaan
  • A. Bekman
  • M. Benard
  • J. van den Berg
  • J. van den Berg
  • W. van Bergen
  • A. van Bergen
  • R. Bertels
  • J. Bertrams
  • G.J. Blokdijk
  • M.M.E. de Boer
  • J.P. Boerekamps
  • M. van den Bos
  • R. ten Bos
  • P. Boselie
  • P. Bosscher
  • P. van Brederode
  • P. van den Brink
  • J.W. Brinkman
  • D.J de Bruijn
  • R. de Bruin
  • P. de Bruin
  • B. Bryan
  • J. Bultsma
  • E. van de Bunt
  • S. van de Bunt-Kokhuis
  • Y. Burger
  • J. Burgers
  • C. Busé
  • J. Busscher
  • R. Butter
  • L. de Caluwé
  • L. Cauffman
  • R. Chömpff
  • J. Coleclough
  • RC Corman
  • D. Creelman
  • W.J. D. Dresens
  • W.J. D. Dresens
  • B. Damen
  • H de Bruijn
  • S de Groot
  • D. Dekker
  • B. Dekkers
  • B Derksen MSc MMC
  • P.K. Desiree van Gorp
  • J.J. Dijkstra
  • J. Dikken
  • M. Dingena
  • L Dohmen
  • A. Dolman
  • A. Dolman
  • B. Drenth
  • D. Dresens
  • B van Droffelaar
  • J.M. Drontmann
  • b Drs. JRM de Bruijn
  • H. Ebbers
  • J. Ed Peelen
  • R. van Eijbergen
  • K.G. Eising MMC
  • B. van Emden
  • h en Prof. dr. H. Ebbers
  • S. van den Eshof
  • F. van Essen
  • F. van Essen en Sander Bijlstra
  • R.W. van Est
  • D. Etman
  • J.G. Fokkink
  • B Frank Kwakman en Bart-Jan Metz
  • B Fruytier
  • P. Geelen
  • M. Geerdink
  • M. de Geus
  • M.Q. Goede
  • A. Goedhart
  • A. Goossens
  • D.M. van Gorp
  • J. Groenendijk
  • C. Gwenda Schlundt Bodien
  • D. van der Haar
  • M. t Hart
  • M. Heijnen
  • B. Hendriks
  • F. Hermkens
  • M. Hetebrij
  • K. van den Heuvel
  • T. Hodes
  • L.H. Hoeksema
  • M.H. Hoetmer
  • M. van Holsteijn
  • M. Hoogenboom e.a.
  • M H Hoogendijk
  • M. Hoogwout
  • J. Hoppenbrouwers
  • G. Hosman
  • G. van Houtem
  • T. Huibers
  • M.P.M. Huijben en Arno Geurtsen
  • K. IJkema
  • T. van Iperen
  • A. van Iterson
  • Sybylle Jacobs
  • D. Jacobs
  • E J Jager
  • P.K. Jagersma
  • J. Jansen
  • p Jansen
  • R. Janszen
  • p John van Giels
  • F. de Jonge
  • M. de Jongh
  • C. Juta
  • J. Kampen
  • A.J. Kaptein
  • N Kastelein
  • R. Kaulingfreks
  • P.M. Kempen
  • L. Kerklaan
  • L Kerklaan en Drs Marjan H. Hoogendijk
  • S. de Klerk-Salm
  • M. de Kok
  • D.J. Konter
  • M. Kooper
  • J. Koster
  • j Koster en Etienne Jager
  • R. Krol
  • R. Kuyvenhoven
  • F Kwakman
  • F. Kwakman, John Koster RM en drs Jos Burgers RM
  • E. Lambregts
  • B. Lammers
  • R. Lanen
  • A. Laurent
  • A.L. Lautenbach
  • A. Lawalata
  • B. Le Blanc
  • T. Leenen
  • P.B. Leezenberg
  • H. van der Linden
  • H. van der Loo
  • C. Louis Cauffman
  • P. van der Maesen de Sombreff
  • P. van der Marck
  • J. Martin
  • W. Mastenbroek
  • W F Mastenbroek Jr.
  • J Mathilde de Boer en Ludwig Hoeksema
  • N. Matthijs Maussen en Boudewijn Steur
  • H. van der Meer
  • M.G.M. Meerman
  • B. van Melle
  • E. Metselaar
  • C. Metselaar
  • O.G.M. Moeskops
  • A.J. Mulder
  • A. Muriël Serrurier Schepper
  • P. Nientied
  • A. van Nistelrooij
  • H.J. Nordbeck
  • H. Oei
  • J.H. Oldenkamp
  • R. Oosterbaan
  • J.A. Oosterhaven
  • A. Oosterhoorn
  • H. Oosterhuis
  • M. Oskam
  • S. Oude Luttikhuis
  • E. Ouwejan
  • M.H. Paapst
  • J. Paffen
  • R.J. Pagano
  • E Peelen
  • Koen Perik
  • C. Peter Nientied
  • F. Peters
  • Jaap Peters
  • L. Peters
  • J Petrarca
  • P. Pieterse
  • W. Ploos van Amstel
  • M. Ploos van Amstel
  • P. Plug
  • I. Pol
  • E. Pol
  • E. van de Pol
  • M. Pullens
  • D. Putman Cramer
  • R Puyt
  • D.P. van Raalte
  • M. de la Rambelje
  • J. van Rantwijk
  • J. Reijling
  • E. Reijnders
  • E. Reijnders
  • J. Remmerswaal
  • t Rik Corman
  • A. Roest
  • B. Rolf Sterk en Paul Kloosterboer
  • M.M. van Rooij
  • G. Rost van Tonningen
  • F. Rozemeijer
  • M. Rubinstein
  • L. Ruby Boesjes
  • L. de Ruijter
  • H. Ruts
  • G. Sanders
  • S. Santema
  • J. Schaveling
  • W. Scheepers
  • R. Scheltens
  • G. Schlundt Bodien
  • S. Scholte
  • B. Schoonderwoerd
  • E. Schoonhoven
  • G. Schuiling
  • A Schutte
  • K Schwarz en Koen Eising
  • R. Schweitzer
  • M. Serrurier Schepper
  • A.P. Sierksma
  • M. Simon
  • M. Simon
  • L. van der Sluis
  • N. Smid
  • E. Smit
  • S. Soeters
  • TC Speet
  • F. Spits
  • A. Spruijt
  • A Stecher
  • D. Steeman
  • B. van der Steen
  • B. Steens
  • J. Steginga
  • R. van Stekelenborg
  • J.W. Stel
  • S. Stijn van den Eshof
  • P. Stolze
  • A. Stoppelenburg
  • R. van Stratum
  • H. Strikwerda
  • M. Sturm
  • M. Suijkens
  • P. Suijker
  • J. Swaak
  • J. Swieringa
  • S. ten Have
  • G. Teusink
  • M.J. Thissen
  • K. Tillema
  • A.D.E. Tolman en Martha Meerman
  • S. Toonen
  • R. Tuninga
  • P. Uittenbogaard
  • P. Valens
  • P van den Brink
  • H van Dijk
  • K. van Herwaarden
  • W van Hulst
  • M. van Veen
  • G.J. van t Veen
  • R. van Veenendaal
  • J. te Velde
  • D.J. Venema
  • H. Veraart
  • M Verberkmoes
  • M. Verberkmoes
  • G. Vergouw
  • F. Verhaaren
  • C. Verhoeff
  • T. Verhoeven
  • H. Vermaak
  • F. Verschuur
  • R. Versteeg
  • M. Verweijen
  • C. Verwijs
  • A Vink
  • C. Visser
  • R. Visser
  • C. Visser en Gwenda Schlundt Bodien
  • G.-J. van der Vossen
  • W. Vrakking
  • L. de Vries
  • A. de Waal
  • M.J. Wanrooy
  • A. van Weele
  • M Weggeman
  • K. Westphal
  • E. Widdows
  • L. Wijchers
  • B. van Wijngaarden
  • A. van der Woude
  • C. Zomerdijk
  • C. Zomerdijk en Femke de Jonge
  • C. van der Zwan
  • Het INK-model als zinsbegoocheling

    Het INK-model is wijd verbreid maar hebben organisaties er wat aan? Het model is geen ‘haarlemmerolie’ voor organisatievraagstukken. Te veel organisaties worden ‘het bos ingestuurd’. Zij gaan vrijwillig of ‘gedwongen’ door hun toezichthouders aan de slag met een organisatieontwikkelingsproces op basis van het model zonder hun eigen prioriteiten voorop te stellen. Het model leidt gemakkelijk tot uitgebreide analyses en discussies. Maar komt er ook iets concreets uit waar klant, afnemer of doelgroep wat van merken?


    Werkt het INK-managementmodel? Een paar voorbeelden.

    • Een politiechef maakt bekend dat zijn organisatie na het bereiken van fase 2 op weg is gegaan naar fase 3. Gesterkt door  tussentijdse metingen op basis van het model denkt hij dat de organisatie er goed voorstaat. De  score op  de veiligheidsmonitor laat echter geen dalende trend zien en het aantal plankzaken (‘Kansrijke zaken’, i.c. aangiften van misdrijven, die om allerlei redenen door de politie niet verder in behandeling worden genomen. Een onderzoek in 2001 wees uit dat jaarlijks ca. 80.000 zaken op de plank belanden. Hierover heeft het Openbaar Ministerie met de politie prestatie-afspraken gemaakt.) neemt niet af volgens plan. 
    • Een opleidingsbureau dat geplaagd wordt door een sterk dalende marktvraag voert een positiebepaling uit. Als vervolgstap volgt men het advies van de Handleiding om alle regelkringen op basis van de pdca-cirkel te sluiten. De leiding verwacht met deze aanpak binnenkort weer succesvol te kunnen zijn.
    • Een waterschap heeft een visie en verbeterplan ontwikkeld. Het plan is erop gericht dat de organisatie in 2006 zich zal hebben ontwikkeld tot een INK-fase 3 organisatie. Bestuur en management verklaren expliciet gecommitteerd te zijn aan deze koers.  Zij vertrouwen er op dat er een meer systeemgerichte aanpak ook zal leiden tot verbetering van de kwaliteit van het waterbeheer.
    • Een onderdeel van de krijgsmacht ontwikkelt een besturings- en informatiesysteem op basis van het INK-managementmodel. Een ander onderdeel van de krijgsmacht wil het model gebruiken voor formele borging. Beiden veronderstellen dat zij met het INK-model een normatieve referentie in handen hebben voor  het toetsen van hun organisatie.

    Zinsbegoocheling

    Gebruikers van het INK-management laten zich makkelijk op het verkeerde been zetten. Zij geloven dat het opklimmen in de fasen van het INK-managementmodel gelijk te stellen is met ‘excelleren’.Toch blijken ze de binding met de werkelijk relevante zaken die voor de organisatie van belang zijn om te presteren en vitaal te blijven eerder kwijt te raken dan te versterken gedurende het INK-traject. Zij besteden  eenzijdig aandacht aan de pdca-cirkel om hun organisatie van verbeterimpulsen te voorzien. Veel overheidsorganisaties  werken met het model. Onduidelijk blijft waarom juist deze organisaties zich zouden moeten spiegelen aan de ontwikkeling van industriële ondernemingen aan het  einde van de vorige eeuw, welke ontwikkeling aan het model ten grondslag ligt. Het werken met het model begoochelt kennelijk de zinnen. (Zie ook: ‘De wet als zinsbegoochelingstoestel’, Staatscourant, 119, 2004, betreft inaugurele rede van prof. Dr. G.J.Veerman over paradoxale effecten als gevolg van het normatieve in wet- en regelgeving.)


    Gestrande implementaties

    Rondom het model en het Instituut Nederlands Kwaliteit (INK) hebben zich kennispartners verzameld. Deze organisatieadviseurs zijn vooral businesspartners. Steevast herhalen ze de boodschap dat organisatieontwikkeling op basis van het INK-managementmodel leidt tot betere prestaties van de organisatie. Zij geven geen serieus tegengas bij fout gebruik. Sterker nog, ze gebruiken zelf het model als haarlemmerolie voor de organisatieproblemen die zij tegenkomen . ( Hoogendijk M.H. & L.A.F.M.Kerklaan (2003), Het INK-managmentmodel, Haarlemmerolie voor organisatieproblemen?, Sigma, nr 1.) De laatste tijd duiken toepassingen op waarbij aan het model een normatieve betekenis wordt toegekend. Het zijn deze ‘trendy toepassingen’ die wij bedenkelijk vinden: ze zullen leiden tot  mislukte vernieuwingstrajecten.

    Het INK vindt zelf ook dat teveel implementaties van het model voortijdig stranden. Zij zegt dat dit vooral aan de adviseurs is toe te schrijven (Tam Tam om het INK-model, www.sigma-online.nl). Hoe dan ook, het afbreken van een “INK-project” is een forse schadepost voor de organisatie en zal managers en medewerkers altijd teleurstellen. Zij hebben er hun kostbare tijd en energie in gestopt.

    In deze bijdrage richten wij ons tot managers die het INK-managementmodel in hun organisatie (willen) toepassen. Eerst verklaren wij het succes van het model, vervolgens bespreken we zes  vormen van contra-productief gebruik. Wij besluiten met een overzicht waarin we laten wij zien onder welke condities het model met meer kans op succes kan worden ingezet, maar ook hoe het (dus) niet moet.


    Meld u aan om het gehele artikel en de reacties te lezen

    U dient ingelogd te zijn om het complete bericht te lezen.

    Login

    Als u nog geen wachtwoord heeft, klik dan hier. Dit neemt slechts 1 minuut in beslag en u krijgt gratis toegang tot alle artikelen


    Stuur naar relatie

    Beoordeel dit artikel

    Dit onderdeel is alleen te gebruiken als u ingelogged bent.

    Reacties op bovenstaande bijdrage

    Totaal aantal reacties: 32

    • Word lid |
    • Adverteren |
    • RSS

    Login

     
     
     
     

    Colofon

    ManagementSite: Platform om kennis en ervaring te delen. Wil grenzen verkennen en blokkades doorbreken. Kritisch, wars van hypes, altijd op zoek naar wat wél werkt.


    • Adverteren
    • Redactieleden