Reacties van lezers
- afsluitend commentaarDe recensie van Jagersma bevat een aantal feitelijke onjuistheden. Verder wordt een vrij ...Grimbert Rost van Tonningen [ 17-01-2006 ]
- ontsporingVoordat de discussie over mijn boek wordt vermengd met Jagersma's eigen ideeen. Ik appelleer in ...Grimbert Rost van Tonningen [ 14-12-2005 ]
- moeten we hier blij mee zijn?Het artikel geeft inzicht in een boek waarin een somber toekomst beeld wordt geschetst. Er is geen ...M. Neher [ 14-12-2005 ]
Actueel over Leiderschap
Columns over Leiderschap
- Zieltogende IJsselmeerziekenhuizen: reddingsaanpak kwaal ipv medicijnLex van Haarlem [ 12-12-2008 ]
- Valse start Bos/Zalm: (a) goed nieuws, (b) schijndebat, (c) niet zeuren!Lex van Haarlem [ 10-12-2008 ]
- Waar interim management ook al weer voor bedoeld wasHans Bool [ 21-11-2008 ]
Cases over Leiderschap
-
Slimmer werken, beter sturen, meer verantwoordelijkheid
Interview Arie LanghorstKoen Eising MMC en Willem Mastenbroek [10-10-2007]
-
Operationeel management en productiviteitsverbetering
De top 6 belemmerende en stimulerende factorenFreek Hermkens [22-5-2007]
-
Directeur in paniek
Arend Ardon [11-2-2003]
Recensies over Leiderschap
-
Leiderschap is een kwestie van jezelf in de hand houden
Recensie van ‘Uitverkoren maar niet Bevlogen’ door Grimbert Rost van TonningenPieter Klaas Jagersma [13-12-2005]
-
Weg met alle Regels. Wat de beste managers anders doen.
Recensie van een nieuw HRM boekPeter Nientied [3-10-2000]
-
CEO’s die radicaal veranderen
David Nadler (1998). Champions of Change; How CEO’s and their Companies are mastering the skills of radical change. Jossey Bass.Coert Visser [17-5-1998]
Stuur naar relatie
Onze auteurs
Leiderschap is een kwestie van jezelf in de hand houden
Recensie van ‘Uitverkoren maar niet Bevlogen’ door Grimbert Rost van Tonningen
- Een spade dieper dan Fortuyn
- De tirannie van het bestaande
- Ontmoetingen met leiders
- De historische erfenis
- Bleek en verstard leiderschap
- Op naar inspirerende tijden?
- Evaluatie
Daar blijft het echter niet bij. Rost van Tonningen biedt verder alternatieven ‘hoe het dan wel moet’ en hoe we het leiderschapsprobleem in Nederland kunnen aanvatten en tot een goed einde kunnen brengen. Dat levert interessante vergezichten op en vele, bij tijd en wijle uiterst persoonlijke ‘doorkijkjes’. Het boek leest mede om die reden als een trein. Dat heeft deels te maken met de in elkaar overlopende spreek- en schrijftaal. De lezer wordt in rap tempo meegevoerd op een achtbaan aan inzichten, meningen, adviezen en kritieken.
Een spade dieper dan Fortuyn
Na lezing van het boek kwam ik vrijwel onmiddelijk tot de conclusie dat het boek eigenlijk naadloos aansluit bij hetgeen Pim Fortuyn de laatste tien jaar van zijn leven wel heeft geagendeerd maar niet in boekvorm heeft behandeld. Waar Fortuyn vooral op de keerzijde van het Poldermodel inging (lees: de ‘gevolgen’), daar zet Rost van Tonningen de spade juist diep in de oorzaak van dit bestuurlijke en maatschappelijke model en hoe dit model te verversen dan wel te veranderen.
Voor Rost van Tonningen staat onomstotelijk vast dat de huidige problematiek in Nederland herleidbaar is naar het “bleke en verstarde leiderschap in Nederland”. Zijn boek is een optelsom van inzichten hoe dit bleke en verstarde leiderschap te doorbreken.
De tirannie van het bestaande
Rost van Tonningen heeft een boek geschreven in de traditie van de wereldverbeteraars die ons land bij tijd en wijle ‘aandoen’. Hij schetst een somber beeld over de gang van zaken in ons land. Daar neemt hij alle ruimte voor.
Het boek leest als een ‘critique’ op het Poldermodel met alle erbijhorende zijns inziens verstikkende alomtegenwoordige belangenbehartigingsorganisaties waarbij de ‘tirannie van het bestaande’ voortdurend ter discussie wordt gesteld. Rost van Tonningen voorziet het boek voorts van een visionaire handtekening door een alternatief toekomstbeeld voor Nederland te schetsen. Terloops worden nogal wat persoonlijke ervaringen, opgedaan in verleden en heden, met de lezer gedeeld.
De auteur moet het om diezelfde reden niet eenvoudig hebben gehad bij het componeren van dit boek. Hij probeert nogal verschillende invalshoeken onder een noemer te verenigen, namelijk de behandeling van het vraagstuk “Hoe doorbreken wij het bleke en verstarde leiderschap in Nederland”? De door hem gehanteerde ‘brillen’ (criticus, visionair en ervaringsdeskundige) zijn instrumenteel voor het aanvatten van de centrale probleemstelling. Wat daarbij vooral opvalt is de grote mate van openheid welke door de auteur wordt betracht.
De door Rost van Tonningen gehanteerde benaderingswijze c.q. aanvliegroute vraagt veel van de lezer. Rost van Tonningen wisselt voortdurend tussen heden en verleden, objectieve feiten en subjectieve gevoelens alsmede persoonlijke bespiegelingen en technische analyses. De gemiddelde lezer zal bij tijd en wijle zonder meer moeite hebben met het ‘laten landen’ van hetgeen zoal wordt geopperd. Het boek is een imposante waterval aan feiten en opinies die vaak dicht tegen elkaar aanschuren.
Het boek bestaat uit vier delen en een register. Een literatuurlijst moeten we ontberen, hetgeen ik betreur al was het alleen maar om te weten wat voor de auteur inspirerende en onderhoudende werken zijn. Ook hij heeft zo zijn inspiratiebronnen en die bestaan niet alleen uit vlees en bloed. Wellicht kan dat in een tweede druk worden goedgemaakt, want dat deze grabbelton aan ideeën en opvattingen geen tweede druk krijgt lijkt mij onwaarschijnlijk.
Ontmoetingen met leiders
Deel I is in feite een en al ‘persoonlijke noot’. Rost van Tonningen gaat in dit deel in op zijn jeugd en de tijdens die periode opgedane ervaringen met uiteenlopende vormen van leiderschap. De auteur heeft wat dat betreft een boeiende praktische leerschool ondergaan en dan druk ik mij voorzichtig uit. Dat zijn ervaringen als kind bepalend zijn geweest voor de manier waarop hij aankijkt tegen verleden, heden en toekomst (van het Koninkrijk der Nederlanden) wordt al snel duidelijk. Zijn ervaringen met in zijn woorden “goed en slecht leiderschap” zijn boeiend, hoewel het voor mij als lezer ook na herhaaldelijke lezing onduidelijk is gebleven wat de expliciete criteria zijn voor ‘goed’ en wat die voor ‘slecht’ leiderschap. En daarmee raken we wel de crux van dit gedeelte van het boek.
Wanneer is iemand een goede leider en wanneer is iemand een slechte leider? Dat zijn heel fundamentele vragen die met name met het oog op de toekomst van Nederland van groot belang zijn. Dat we in Nederland momenteel moeilijk uit de voeten kunnen met het onderwerp leiderschap is zo langzamerhand eenieder duidelijk. Het zwalkende kiezersgilde is hiervoor illustratief. Dat er onder diezelfde kiezers een sterk gestegen behoefte is aan ‘sterk leiderschap’ is ook evident.
De latente en – in toenemende mate ook - manifeste behoefte in Nederland aan ‘sterk leiderschap’ is - hoop ik – equivalent aan de behoefte aan ‘goed leiderschap’ en niet aan ‘slecht leiderschap’. Dat lijkt natuurlijk een vanzelfsprekendheid te zijn, maar het geworstel van onze zuiderburen met eveneens de daar overigens vooral latente behoefte aan sterk leiderschap geeft wel aan dat dit niet zo voor de hand liggend is. Overal in de Oude Wereld worstelen we met dit onderwerp (zie ook de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in Frankrijk en sinds enkele jaren ook in Italië). Blijkbaar hebben we een chronisch tekort aan overtuigende visionaire gidsen die ons de juiste richting uit doen manoeuvreren.
Vanuit een werkbare en ondubbelzinnige definitie van ‘goed leiderschap’ kan gebouwd worden aan – in de woorden van Rost van Tonningen – “nieuwe inspirerende tijden”. Het ontberen van die expliciete definitie ijlt vooral na in deel IV van het boek. En dat is jammer want het geven van een duidelijke invulling van ‘goed leiderschap’ helpt bij het met de precisie van een chirurg invulling geven aan het volgens Rost van Tonningen gewenste en noodzakelijke toekomstbeeld (deel IV).
Voor Rost van Tonningen zijn zijn ervaringen met leiders gedurende zijn jeugd en zijn ervaringen als adviseur met bestuurlijke leiders een vruchtbare voedingsbodem. Zijn obsessie voor innovatie en daarmee verandering – en dat in allerlei opzichten - is mede hiernaar herleidbaar. Zijn contacten met de bestuurlijke en leidinggevende elite binnen en buiten het bedrijfsleven hebben hem doen beseffen dat we het wat betreft ‘beweging naar voren’ nou niet bepaald van deze groep moeten hebben. Iedere elite – binnen en buiten Nederland – probeert toch vooral het bestaande in stand te houden en de verworven rechten, posities en bezittingen langs de ‘weg der imitatie’ te bestendigen. Een dergelijke houding kunnen we volgens Rost van Tonningen missen als kiespijn. Dat het moeilijk is om ‘beweging in de zaak’ te krijgen in Nederland heeft zijns inziens vooral historische en culturele wortels.
De historische erfenis
Deel II van zijn boek gaat dan ook primair over de redenen waarom we in Nederland zo vast zitten in de polder. Het dominante calvinisme en de prominente, reeds eeuwen geleden via uiteenlopende organisaties geïnstitutionaliseerde regentenklasse, zijn voor hem de twee belangrijkste veroorzakers voor het gebrek aan vernieuwing waar we als Nederland in feite al lang mee te maken hebben – enkele positieve uitzonderingen daargelaten. Zijn stelling: we hebben tijdens de Gouden Eeuw en de onmiddelijk daaropvolgende post-Gouden Eeuw-fase zoveel verworven dat we daardoor langzaam maar trefzeker steeds minder vernieuwend zijn geworden met alle gevolgen van dien voor onze huidige welzijnsstaat. Deel II leest wat dat betreft als de opkomst en ondergang van het Vaderland. We zijn al ettelijke eeuwen aan het ‘glijden’ – de verkeerde kant uit wel te verstaan.
Wat op een meer ‘meta-niveau’ na lezing van deel II vooral blijft hangen is mijn observatie dat we als Nederland eigenlijk sinds de voor ons ‘verrassende’ WO II – met uitzondering van de redelijk voorspelbare jaren vijftig en begin-jaren zestig uit de vorige eeuw - structureel instabiel zijn. De sterk oscillerende economische en politieke bewegingen gedurende de afgelopen 60 jaar zijn hiervoor een belangrijke aanjager geweest. Ook de snelle afbraak van traditionele netwerken (adel, ‘old boys’ en dergelijke) en zorginstituties (sinds het midden van de jaren negentig) heeft alleen maar tot meer instabiliteit geleid. De opkomst van nieuwe technologieën als internet heeft voorts tot een enorme fragmentatie binnen onze samenleving geleid.
Even los van het al dan niet adopteren van dergelijke technologische vernieuwingen kan daarnaast gesteld worden dat de kloof tussen de early adopters en de laggards in ons land alleen maar groter is geworden. Ergo: de fragmentatie neemt in allerlei hoedanigheden in sneltreinvaart toe. Daardoor verdwijnt vervolgens eveneens de solidariteit in onze samenleving – de basis van onze post-WO II beschaving - met alle gevolgen van dien voor de nog bestaande (marginale) stabiliteit – voorzover we daar nog over kunnen spreken.
Ook religie heeft in dit kader als integrerende functie voor grote delen van onze bevolking afgedaan. Sterker nog: religie fragmenteert vandaag de dag als nooit tevoren. Dit roept de vraag op: waar staat het woord ‘Nederland’ thans voor en wat houdt ons als natie nog bij elkaar? Moeten we as soon as possible opgaan in de thans nog wat fletse Europese Unie of moeten we toe naar een vergaande vorm van regionalisatie zoals de Zwitsers via hun kantonale systeem hebben vormgegeven?
Bleek en verstard leiderschap
Deel III geeft vooral een schets van de opkomst van de CEO en de One Tier Board en wat de auteur stelt de “ondergang van de Old Boys”. Volgens Rost van Tonningen zullen we, indien we de nodige beweging tot stand willen brengen in Nederland, het in de loop der tijd opgebouwde oerwoud aan instituties (als bijvoorbeeld SER, Stichting van de Arbeid, KvK’s, SCP, WRR, AWT en nog vele andere afkortingen) drastisch moeten bijsnoeien. Zij fungeren in de praktijk als smeerolie van het poldermodel en zijn daarmee tegelijkertijd de grote vertragers van iedere vorm van vernieuwing en verbetering. Rost van Tonningen refereert in dit kader aan de snelle opkomst van Pim Fortuyn. Die revolutionaire opkomst is illustratief voor het feit dat er blijkbaar sprake is van een sterke behoefte aan verandering in Nederland die op de een of andere manier maar moeilijk valt te kanaliseren.
De politieke top in Nederland wordt in dit verband door Rost van Tonningen gekielhaald. Ook het leiderschap in het bedrijfsleven en de kwaliteit van veel adviseurs en adviesinstellingen wordt door hem ter discussie gesteld. Voor Rost van Tonningen staat tevens als een paal boven water dat we in ons huidige tijdsgewricht te weinig helden hebben die als lichtend voorbeeld voor kunnen gaan op het ‘pad der verandering en vooruitgang’. Onderhoudend is in dit verband zijn beeldengalerij met door hemzelf gekozen aansprekende leiders.
Op naar inspirerende tijden?
In het laatste deel van zijn boek probeert de auteur met brede pennestreken aan te geven hoe de toekomstige situatie er in Nederland eigenlijk uit zou moeten gaan zien. Wat opvalt aan zijn ‘schets van een gewenste toekomst’ is de opvallend prominente rol welke is weggelegd voor individueel leiderschap in zowel bedrijfsleven als politiek. Collectief leiderschap (zoals neergelegd in de vele bestuurlijke organen welke ons land rijk is) moet zoveel mogelijk gemarginaliseerd worden.
Hoe ziet het door hem geschetste maatschappelijke Walhalla eruit? Omwille van de ruimte kort door de bocht en me beperkend tot enkele hoofdpunten:
We hebben meer helden nodig en andere rituelen (bijvoorbeeld alleen consensus over hoofdzaken) en daarbijhorende waarden (onder meer exit ‘gelijkheidssyndroom’). We zullen alleen als dynamische en hoogwaardige kennismaatschappij kunnen overleven. Ons toekomstige bestaansrecht als natie is dus een functie van het ontwikkelen, ‘produceren’ en optimaal benutten van hoogwaardige kennis.
Leidinggevend talent zal veel meer gestimuleerd moeten worden met alle gevolgen van dien voor de beloning (veel hoger) van dit soort mensen. Dit lijkt op divergentie maar het gedrag van dergelijke toekomstige leiders zal uiteindelijk juist leiden tot meer maatschappelijke coherentie. Dergelijke leiders houden ‘het land’ juist bij elkaar doordat ze een scherp oog hebben voor de sociale dimensie van onze samenleving.
Veel (elkaar overlappende) institutionele (overleg) structuren zullen drastisch verkleind dan wel geëlimineerd moeten worden. De slagvaardigheid van ons land moet veel groter worden. Het daadwerkelijk inbedden van Nederland in de EU (dit vraagt een internationale oriëntatie die “op de helling moet”). De EU moet als politieke en economische unie nog eens goed onder de loep worden genomen. Het is thans een topzwaar, weinig inspirerend geheel wat onvoldoende aangeeft waar men voor staat en waarvoor men gaat.
Veel meer marktwerking – ook in sectoren als bijvoorbeeld de gezondheidszorg en onderwijs. Ergo: verworven rechten zijn niet langer statische rechten. Ook in dit opzicht zal er ruimte moeten zijn voor dynamiek en daarmee verandering. We zullen ons moeten prepareren op een volstrekt ander mondiaal maatschappelijk en economisch landschap. Als we nu niet veranderen zijn we te laat.
Samenvattend: Rost van Tonningen probeert als het ware de Derde Weg van Tony Blair & Co. concreter in te vullen. In dit laatste deel van zijn boek worden we geconfronteerd met een lawine aan ideeën en goede bedoelingen. Keerzijde van zijn vlammende betoog is het onsamenhangende karakter ervan. Dit maakt dat het afsluitende deel van het boek bij tijd en wijle aandoet als ‘science fiction’ waarbij het accent – ongewild – ligt op ‘fiction’ in plaats van een op ‘science’ onderbouwde toekomstvisie. Zo’n toekomstvisie moet inspirerend, prioriterend en veeleisend zijn, maar ook op feiten gebaseerd en haalbaar.
Het door Rost van Tonningen neergelegde wenselijke toekomstbeeld is inspirerend en veeleisend, maar ik mis de prioritering (waar gaan we mee beginnen?), feitelijke onderbouwing (ook niet in bijlagen) en haalbaarheid. Het door de auteur geschetste beeld heeft daardoor meer weg van een persoonlijk visioen dan een maatschappelijke visie.
Evaluatie
Rost van Tonningen past met zijn inzichten goed bij hetgeen Fortuyn enkele jaren geleden aanroerde. Rost van Tonningen was geen fan van de persoon Fortuyn zo is na lezing duidelijk geworden, maar roert via dit boek het moeilijke issue aan wat Fortuyn qua diepgang uit de weg ging. Goed, ook Fortuyn had kritiek op het leiderschap in ons land, maar die kritiek werd door Fortuyn vaak veel teveel en daarmee onnodig op de man gespeeld en via anekdotes in zijn Elsevier column ter eigen glorie vereeuwigd.
Rost van Tonningen heeft echter een serieuze poging gedaan om de leiderschapsuitdaging waar we in dit land mee worstelen stevig voor het voetlicht te brengen en dat siert de auteur. Hoewel hij zich in het begin verontschuldigt over het bij tijd en wijle persoonlijke relaas van zijn Odyssey vind ik dat de auteur zijn persoonlijk getinte noten niet als een doel op zich ziet (zoals Fortuyn vaak deed), maar louter als een middel om de kern van zijn betoog daarmee te versterken dan wel van een illustratie te voorzien.
In zijn boek snijdt Rost van Tonningen moeilijke onderwerpen aan. De hamvraag is evenwel: snijdt zijn betoog hout of snijdt de auteur bij de behandeling vooral zichzelf in de vingers? Veel van de aangeroerde onderwerpen en erbijhorende suggesties liggen ronduit slecht bij de ‘zwijgende meerderheid’ in dit land. Als je die niet in beweging krijgt gaat er vanzelfsprekend niets veranderen en dat is natuurlijk tegelijkertijd de achilleshiel van zijn boek. Slechts een kleine voorhoede kan de ideeënrijkdom contextueel plaatsen en bezit voldoende verbeeldingskracht om het geschetste ideale maatschappelijke toekomstplaatje naar voren te halen; 99 procent van de Nederlandse bevolking behoort niet tot die categorie en daarmee stuiten we op een serieus probleem. Want wat kunnen we eigenlijk concreet met de door Rost van Tonningen gelanceerde voorstellen en veranderingen? Ik heb hier behoorlijk mee geworsteld.
Een dergelijk boek ‘met een boodschap’ heeft als primair doel dat anderen erdoor aangestoken moeten worden – als een goedaardig virus zullen we maar zeggen. Daarbij moet je al die ‘anderen’ wel een beetje helpen. En daar wringt nu net de schoen. Het gedachtengoed van Rost van Tonningen mist vooral de noodzakelijke coherentie voor een realistisch en daarmee haalbaar toekomstbeeld. Voor de ‘zwijgende meerderheid’ is zijn toekomstige maatschappelijke orde simpelweg een brug te ver.
Moet u dit boek gaan lezen? Ja, natuurlijk moet u dit boek gaan lezen. Al was het alleen maar om u persoonlijk via de nodige hersengymnastiek te mobiliseren hoe we de toekomst van ons land zouden kunnen vormgeven. Rost van Tonningen biedt daarvoor via dit boek vele ingrediënten. Het is aan de lezer om hier eigen ingrediënten aan toe te voegen, een goede en evenwichtige prioritering te maken en er vervolgens ook daadwerkelijk werk van te maken. Voor mij is dat de allerbelangrijkste verdienste van het door de auteur aangesneden onderwerp. Het dwingt ons na te gaan welke individuele rol we wensen te spelen in het toekomstige bestaansrecht van ons land. Alleen op die manier zijn we in staat de ondergang van dit land te keren.
[*] Prof. dr. P.K. Jagersma is ondernemer, hoogleraar International Business aan Nyenrode en hoogleraar Strategie aan de Vrije Universiteit (PGO-MC).
| Uitverkoren maar niet Bevlogen Hoe doorbreken wij het bleke en verstarde leiderschap in Nederland? door Grimbert Rost van Tonningen Holland Business Publications, 2005 ISBN: 90-74885-349 |
![]() |
Lees ook over het thema van dit boek:
Cultuurverschillen: fabriekje open, fabriekje dicht
Gyuri Vergouw
